oktober 11, 2026

John Naveen leidt de dans ©Els Deneir

In de schaduw van grote wielerwedstrijden zoals de Ronde van Vlaanderen en Parijs-Roubaix, bestaat in Vlaanderen een dynamische en intense wielerwereld die misschien minder bekend is bij het grote publiek, maar des te belangrijker is voor de ontwikkeling van wielertalent: de kermiskoersen. Deze wedstrijden, vaak gehouden in dorpen en kleine steden, trekken elk jaar talloze (buitenlandse) renners aan die dromen van een carrière in het profwielrennen. Maar wat drijft die buitenlandse renners om naar België te komen? En wat zijn de uitdagingen en kansen die deze koersen bieden?

Vlaamse traditie

Kermiskoersen zijn sinds de vroege 20e eeuw een integraal onderdeel van de Vlaamse wielertraditie. Oorspronkelijk waren deze koersen vooral bedoeld voor lokale renners en vonden ze plaats tijdens dorpsfeesten of kermissen. Door de jaren heen zijn ze echter uitgegroeid tot een cruciale leerschool voor jonge renners die willen doorbreken in de professionele wielerwereld. Een typische kermiskoers duurt een drietal uur en heeft een korte omloop, vaak tussen de 5 en 10 kilometer. De wegen zijn soms smal en de bochten scherp. De toeschouwers kunnen er talloos aanwezig zijn, wat zorgt voor een unieke sfeer. Het niveau van de wedstrijden is niet te onderschatten, niet alleen door de sterke aanwezigheid van lokale talenten, maar ook een aantal gemotiveerde buitenlandse renners die deze koersen als springplank willen gebruiken.

Kermiskoersen in cijfers

Dat er minder en minder jeugd- en kermiskoersen zijn is geen geheim. Zo zijn de jeugdkoersen de afgelopen vijftien jaar gehalveerd. De verenigingen die de koersen organiseren, kampen met een gebrek aan vrijwilligers, mede door de vergrijzing. Veel van de oudere vrijwilligers haken af, en net als in het hele verenigingsleven is het moeilijk om nieuwe vrijwilligers te vinden.

Daarnaast spelen de financiën ook een belangrijke rol. Alles wordt duurder en ingewikkelder. Een simpel voorbeeld hiervan is dat de wegeninfrastructuur drastisch is veranderd. Door de toename van verkeersdrempels en ander straatmeubilair zijn er nu meer seingevers nodig. Waar vroeger minder seingevers volstonden, zijn er vandaag de dag vijf tot tien extra nodig voor hetzelfde parcours en deze mensen moeten ook gevonden en betaald worden.

Maar gelukkig stagneren de cijfers meer en meer en doet Cycling Vlaanderen er alles aan om een eind te maken aan die negatieve trend. Onderstaande tabellen gaan over de deelnamecijfers voor wedstrijden van het type 1.12A, 1.12B, 1.13A en 1.13B. Dit zijn wedstrijden voor elite zonder contract en U23. Het biedt een vergelijking tussen de jaren 2022 en 2023, maar ook tussen de periode van januari 2024 tot nu en diezelfde periode in 2023. De trend van het aantal van dit soort wedstrijden is nog steeds dalend waardoor er gemiddeld aan elke wedstrijd meer renners deelnemen. Het aandeel van de renners met buitenlandse licentie daalt ook licht en bedraagt ongeveer een derde van het peloton.

Cijfers van Cycling Vlaanderen

Van de kermiskoersen naar het WorldTour-peloton: een moeilijk pad

Hoewel kermiskoersen een opstap kunnen zijn, zien we in het huidige WorldTour-peloton weinig (buitenlandse) renners die dat pad bewandelden op weg naar de top. Het gros van de renners in de hoogste regionen van het wielrennen heeft zijn weg gevonden via grotere internationale jeugdkoersen in Europa of elders in de wereld. Toch zijn er uitzonderingen, zoals Oliver Naesen en Dries De Bondt, laatbloeiers die via deze bescheiden wedstrijden hun weg naar de profs hebben gevonden.

Oliver Naesen is een schoolvoorbeeld van een renner die via kermiskoersen de top heeft bereikt. “Ik kom recht uit het kermiscircuit,” vertelt hij. Als tweedejaarsnieuweling begon hij te koersen, maar prijzen winnen bleek een onmogelijke opgave. “Dat duurde jaren aan een stuk. Pas als laatstejaarsbelofte won ik mijn eerste (kermis)koers.” Een profcarrière leek destijds niet realistisch, zeker niet gezien zijn resultaten. “Als je elke kermiskoers rond de 15de plaats rijdt, moet je niet dromen van een profcarrière,” geeft hij toe.

Toch bleef Naesen volharden, ondanks de moeilijke omstandigheden. Als werkende koerier combineerde hij zijn job met trainen in de avonduren. Het was pas toen hij in 2014 vakantie nam om te koersen, dat zijn carrière echt van de grond kwam. Zijn doorbraak leidde uiteindelijk tot een contract bij Sport Vlaanderen-Baloise, een kans die hem zijn plaats in het profpeloton opleverde.

Ook Dries De Bondt’s verhaal is er een van vastberadenheid en doorzettingsvermogen. Als een renner zonder wielerachtergrond, die pas op latere leeftijd begon te koersen, was zijn weg naar succes allesbehalve traditioneel. Zijn eerste koers reed hij pas op 17-jarige leeftijd, en het duurde nog jaren voordat hij zijn eerste overwinning behaalde. Ondertussen is hij meer dan gerespecteerd in het profpeloton als ex-Belgisch kampioen.

Ylber Sefa is een buitenlandse renner die prof is geworden door de Vlaamse kermiskoersen te domineren. Hij vluchtte uit Albanië nadat hij door zijn nationale federatie werd buitengesloten. In Albanië won hij bijna alle wedstrijden, wat leidde tot jaloezie en politieke spelletjes binnen de bond. Na aankomst in België sloot hij zich aan bij het team Asfra, waar hij veel progressie boekte en uiteindelijk tien koersen won in één seizoen. Dit succes leidde tot een profcontract bij Tarteletto-Isorex, waar hij vier seizoenen lang reed. Sefa is nog steeds op de Vlaamse kermissen te vinden; 31 koersen waarvan twee overwinningen staan in 2024 al op zijn palmares.

De internationale trek naar Vlaanderen

De aantrekkingskracht van Vlaamse kermiskoersen strekt zich dus ver buiten de landsgrenzen uit. Renners uit heel Europa en daarbuiten komen naar Vlaanderen, aangetrokken door het competitieve karakter en de rijke wielertraditie. Deze renners komen uit verschillende landen, elk met hun eigen wielercultuur, maar met één gemeenschappelijk doel: zichzelf bewijzen en de kans op een profcontract vergroten.

Valkuilen

Maar het avontuur in Vlaanderen is niet zonder risico’s. Buitenlandse renners die hun geluk beproeven in de Vlaamse kermiskoersen, stoten soms op onverwachte obstakels. Een voorbeeld hiervan is het verhaal van vier buitenlandse renners die naar België kwamen, maar binnen enkele weken allemaal ziek werden. De oorzaak? De gure, regenachtige omstandigheden van het Vlaamse weer gecombineerd met een slechte huisvesting.

Deze renners, die gewend waren aan een warmer klimaat, verbleven in een klein, vochtig huisje met ondermaatse sanitaire voorzieningen. Ze betaalden een honderden euro’s te veel voor hun onderkomen, zonder te beseffen hoe slecht de omstandigheden eigenlijk waren. Uiteindelijk vonden ze gelukkig elders onderdak en ondanks deze slechte ervaring blijven ze tot op heden naar België komen om hun wielerdromen na te jagen.

Het waarom-verhaal

Wat drijft deze renners om hun thuisfront een tijd lang achter te laten en naar Vlaanderen te komen? Het verhaal van Tristan Saunders, een Australische renner die in 2022 naar België kwam, biedt een blik op deze motivatie. Saunders, die in zijn thuisland het niet onaardig deed, kwam naar Vlaanderen om zijn vaardigheden verder te ontwikkelen in de intense omgeving van de kermiskoersen.

Na zijn campagne in België keerde hij terug naar Australië en won een van de grootste koersen op nationaal niveau. Hij behaalde een ruime overwinning in het algemeen klassement van de National Road Series, een reeks koersen bestaande uit drie eendagskoersen en drie rittenkoersen. Saunders won na een solo-overwinning van drie minuten in de legendarische Melbourne naar Warrnambool, twee etappe-overwinningen en het algemeen klassement in de Tour of Gippsland en een etappe-overwinning in Cycle Sunshine Coast. Saunders werd ook derde in de Tour de Brisbane. Zijn prijs? Een wit lintje, een beker en een tube, maar als je met bandjes rijdt, ben je ook daar niet veel mee. Dan valt een trip naar België wel te overwegen. Als je enkele kermiskoersen (mee) domineert, kan je al snel aan een aantal honderden euro’s prijzengeld komen.

Drie renners om in de gaten te houden

Naast de gevestigde namen zijn er altijd nieuwe talenten die op de deur kloppen. Drie renners die onlangs hun eerste keren kennis maakten met het Vlaamse kermiscircuit en die misschien wel veelbelovend zijn voor de toekomst, zijn Blake Agnoletto, Katy Hill en Ron Donio.

Blake Agnoletto, een Australische renner, is wellicht degene van de drie die al het meest heeft kunnen tonen. Hij kwam samen met Tristan Saunders voor het eerst naar hier in 2022. Recentelijk kreeg hij het nieuws dat zijn Australische ploeg ermee stopt, waardoor zijn toekomst extra onzeker is. Maar Agnoletto, die al enkele topnoteringen in Australië en Vlaanderen heeft behaald, blijft vastberaden om zijn weg naar de top te vinden.

Katy Hill, die de finale haalde in de Zwift Academy 2024 maar uiteindelijk het profcontract misliep, kwam naar België om haar vaardigheden verder te ontwikkelen. Ondanks dat ze het felbegeerde profcontract bij Canyon//SRAM niet kreeg, heeft Hill besloten om haar carrière voort te zetten en zag ze de Vlaamse kermiskoersen als de ideale leerschool. Haar eerste ervaringen waren zo positief dat ze plannen heeft om volgend jaar een nog uitgebreidere campagne te komen rijden.

Ron Donio is een jonge renner uit Israël die met enkele landgenoten in Wervik verblijft. Via contacten met het wielerteam en fietsmerk Atom 6 in Roeselare kreeg hij de kans om zich verder te ontwikkelen. Donio was eerder actief in Spanje, maar verloor voordien al zijn hart in Vlaanderen tijdens een periode van wedstrijden hier met begeleiding de Israëlische bond. Met enkele top 10-plaatsen op zijn naam en pakken motivatie, is hij zeker iemand om in de gaten te houden.

Hoewel de meeste WorldTour-renners tegenwoordig via andere wegen hun weg naar de top vinden, blijven Vlaamse kermiskoersen een belangrijke opstap voor diegenen die buiten de gebaande paden treden. Met de juiste mix van talent, doorzettingsvermogen, en soms een beetje geluk, kunnen deze bescheiden wedstrijden nog steeds dienen als een springplank naar een succesvolle profcarrière. De verhalen van renners zoals Oliver Naesen, Dries De Bondt, Ylber Sefa en de opkomende talenten zoals Blake Agnoletto, Katy Hill, en Ron Donio, tonen aan dat de Vlaamse kermiskoersen nog steeds een opstap kunnen zijn voor binnen-en buitenlanders en hun unieke plaats in de wielerwereld hebben.

Geef een reactie

Uw e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *